De onderstaande lijst
bevat verklaringen van vooral technische termen. De dikgedrukte woorden worden verklaard.
A B C D E F G H I J K L M N O P R S T U V W X Z
Access
Provider
Een organisatie die u toegang geeft tot Internet.
Accessoire
(bureau-accessoire, accessory)
In Windows wordt deze term gebruikt voor programma's die als onderdeel van
Windows zijn meegeleverd, en die dus op iedere Windows-computer beschikbaar
zijn. Het zijn meestal kleine programma's met een beperkt aantal
mogelijkheden, zoals het kladblok (notepad), paint, en de rekenmachine
(calculator). U start ze op middels het Start menu.
Animatie
Techniek om beweging weer te geven door een reeks plaatjes snel achter
elkaar te tonen. Het verschil met video vervaagt. Meestal gaat het bij
animaties om getekende plaatjes.
Archiveren
(archive)
Het opslaan van bestanden in gecomprimeerde vorm. Dit gebeurt om ruimte te
besparen, om te archiveren, en om te backuppen.
Active
server page
Een www-pagina die door de server
wordt opgemaakt op het moment dat u (dwz. uw browser) deze pagina opvraagt.
Active server pages zijn te herkennen aan de extensie .asp Ze worden niet in
een cache opgeslagen.
Archie
Zoekprogramma dat bestanden op FTP
servers over de hele wereld kan vinden.
Asynchroon
Niet-gelijktijdig. In de ICT-wereld spreekt men van asynchrone communicatie
indien de deelnemers niet gelijktijdig deelnemen. E-mail en de nieuwsgroepen
zijn vormen van asynchrone communicatie. Zie ook: conferencing en real-time
of synchroon.
Audio
Alles wat geluid betreft. Een multimediacomputer ondersteunt volledig audio:
opname en weergave van geluid in diverse formaten en kwaliteiten. Zie ook:
audiographics en Internettelefonie.
Audiographics
Communicatiemethode waarbij grafische informatie en geluid synchroon worden
uitgewisseld. De grafische informatie betreft veelal tekeningen, teksten en
afbeeldingen, die via een elektronisch whiteboard worden uitgewisseld. Het
geluid kan eveneens via het netwerk worden getransporteerd, maar ook via
conventionele telefonie. Zie ook: conferencing Zie verder over audiographics:
hulp: Conferencing.
Back-up
Het opslaan en/of archiveren van
bestanden opdat in geval van calamiteiten de toestand van voor de calamiteit
kan worden hersteld. Backuppen wordt meestal verwaarloosd totdat zich een
flinke ramp heeft voorgedaan.
Backslash
Schuine streep van linksboven naar rechtsonder: \ Niet te verwarren met de
slash: /De backslash wordt in DOS en Windows gebruikt voor het scheiden van
de hiërarchische niveaus in subdirectoires.
Beeldplaat
Verouderd medium voor de analoge opslag van beeld en geluid, dat gebruikt
werd voor video en voor multimediale COO. Deze laatste toepassing is
inmiddels vrijwel geheel vervangen door de CD-ROM.
Bericht
(message)
Deze term wordt zowel gebruikt voor een e-mail-bericht (mail message) als
voor een bijdrage aan een nieuwsgroep (news message). In een goed mail/news-pakket
kunt u in één keer een bericht naar personen sturen (mail) en naar groepen
(news).
Bestand
(file)
Alle gegevens worden in een computer opgeslagen in bestanden. Bestanden
hebben een naam, een bestandstype, extensie, een plaats in een subdirectory,
een datum en een omvang. Bestanden kunnen samengepakt worden in nieuwe,
kleinere zip-bestanden.
Bestandstype
(file type)
Bestanden bevatten slechts bits (enen en nullen). Het bestandstype
beschrijft de betekenis die aan deze bits gegeven wordt: een uitvoerbaar
programma, een tekst, een plaatje. Vaak, maar niet altijd, staat in het
begin van het bestand het type beschreven op een manier die voor het
besturingssysteem leesbaar is, In Windows wordt ook de extensie gebruikt om
het bestandstype aan te geven. Zie verder: hulp: Bestanden (ophalen en
bestandstypen).
Besturingssysteem
Systeem van instructies voor uw computer, waardoor deze begrijpt en uitvoert
wat u wilt én wat uw programma's willen. Een besturingssysteem is feitelijk
zelf een samenhangend geheel van programma's. Bekende zijn DOS en Windows.
Een fascinerende nieuwkomer is Linux. Ook BeOs en FreeBSD zijn
besturingssystemen.
Bijdrage
(posting)
Bericht voor een nieuwsgroep. Een posting bestaat uit oplatte tekst,
_ en kan bijlagen bevatten. NB: de terminologie is verwarrend en niet
gestandaardiseerd. Zie ook: mailtje.
Bijlage
(attachment)
Als onderdeel van een e-mailtje of een nieuwsgroepbijdrage kan men bestanden
insluiten. Deze worden dan bijlagen genoemd. Om deze bestanden heelhuids
door netwerken te transporteren, worden ze door de verzendende software
gecodeerd en door de ontvangende software weer gedecodeerd. Door de
overvloed aan standaarden gaat dit nog al eens verkeerd.
Bitmap
Afbeelding die opgeslagen is in een ongecomprimeerd formaat: voor
elke afzonderlijke pixel
is de waarde voor rood, groen en blauw opgegeven. Bitmaps zijn daardoor erg
volumineus en worden op Internet niet gebruikt.
Bookmark
In Netscape software is dit hetzelfde als een favoriet bij Microsoft.
2. In Microsoft software
wordt 'bookmark' gebruikt voor een plaatsaanduiding binnen een bestand.
Browser
Letterlijk: grasduiner. Programma
waarmee u op eenvoudige wijze de pagina's van het world wide web vindt en
bekijkt. Browsers worden steeds omvangrijker en omvattender. De nieuwere
versies hebben een news reader en een programma voor e-mail in zich. De meest
gebruikte zijn Netscape, Internet Explorer, en Mosaic. Zie verder: hulp:
Surfen op www.
Bureaublad
(Desktop)
De 'achtergrond' waartegen het
besturingssysteem vensters presenteert. Ook treft u er pictogrammen aan, en
in Windows 95 bovendien de taakbalk.
Bureausoftware
Algemene programma's die u kunt zien
als een algemeen verlengstuk van uw bureau, zoals de tekstverwerker en het
spreadsheetprogramma.
Button
Afbeelding op een webpagina waarmee een actie in gang gezet wordt, zoals het
oproepen van een webpagina of een afbeelding. Zie ook knop
Cache
Een gereserveerde ruimte op uw harde
schijf of in het RAM-geheugen, waar informatie wordt opgeslagen die weilicht
later opnieuw nodig is, en die daardoor dan veel sneller kan worden opgehaald.
Cachíng is vooral relevant voor grote www-pagina's die daardoor niet opnieuw
van de server gehaald hoeven te worden
CC:
(kopie, doorslag, carbon copy)
In elektronische berichten kunt u diverse mensen en nieuwsgroepen tegelijk
adresseren, zowel in het veld "Aan:" (To:), als in "CC:"
Het verschil tussen de twee velden betreft alleen het verwachte gedrag van
de adressanten: degenen in "Aan:" worden geacht te reageren, de
anderen krijgen een 'kopie ter info'.
CD-ROM
Letterlijk: Compact disk - Read-only memory. Schijfje waarop digitale gegevens vastgelegd zijn in een formaat dat
voor een computer direct leesbaar is. Vanwege de grote gegevencapaciteit wordt
de CD-ROM veel gebruikt voor multimedia, en steeds meer voor het
besturingssysteem en bureausoftware.
Chat
(IRC)
Via Internet Relay Chat vinden open 'gesprekken' plaats over zeer
uiteenlopende onderwerpen. De bijdragen worden uitgewisseld in de vorm van
getypte regels die vrijwel direct bij alle deelnemers te zien zijn. Het
belangrijkste onderscheid met de nieuwsgroepen is het synchrone karakter van
de communicatie.
Client
programma, dat voor zijn werking
afhankelijk is van informatie van een server.
Coderen
(encode)
Alleen echte oplatte tekst komt goed door elk netwerk heen. Dit geldt niet
voor diakritische tekens of bestanden met plaatjes of opmaakcodes. Om deze
reden worden dergelijke tekens en bestanden eerst omgezet naar uitsluitend
leesbare tekens (coderen), en na ontvangst weer gedecodeerd. Met de
protocollen www en ftp gaat dit altijd goed. In mailtjes en postings gaat
het regelmatig fout, omdat er diverse standaarden gehanteerd worden (MIME,
uuencode, base64, quoted-printable, binhex).
Commando
(command, opdracht)
Opdracht die u aan een programma geeft. U kunt dit doen via een menu (het
commando is dan een menu-item). Ook kunt u commando's (ais u ze kent)
intypen, bijvoorbeeld achter de DOS-prompt, of in 'Starten...' (Run...) van
het Start menu van Windows 95.
Compressie
Techniek om informatie in te dikken
zonder dat de essentie verloren gaat. Een bekende vorm van comprimeren heet
zippen. Een andere is MPEG, een compressiestandaard die dient om de grote
hoeveelheid redundante informatie in videobeelden te verwijderen, opdat
bestanden ontstaan die de computer nog verwerken kan. Alvorens de gegevens
gebruikt kunnen worden, moeten de bestanden gedecomprimeerd worden.
Computer
conferencing
Licht verouderde term voor het
voeren van besprekingen via een computernetwerk door middel van het
uitwisselen van getypte berichten. Dit kan met behulp van e-mail, maar de
nieuwsgroepen op Internet zijn hiervoor meer geschikt. Zie ook: conferencing
Conferencing
Groepscommunicatie via Internet. Er
is inmiddels een veelheid aan technieken en protocollen in gebruik. De
groepsgrootte kan variëren van 2 tot duizenden. Men onderscheidt synchrone en
asynchrone conferencing. Zie verder: hulp: Conferencing en hulp:
Discussiëren.
CU-SeeMe
See you see me; Maakt het mogelijk
om d.m.v. camera's andere gebruikers op het Internet te zien.
Database
Publishing (DBP)
Een publicatietechniek waarbij de informatie en de opmaak gescheiden zijn.
De informatie is opgeslagen in een gegevensbank. Bij publicatie hiervan
wordt de opmaak automatisch toegevoegd. Deze kan voor papierweergave anders
zijn dan voor beeldschermweergave.
Decompressie
Het uitpakken van gecomprimeerde
bestanden. Als het goed is merkt u weinig van dit proces. Voor het uitpakken
van MPEG-gecomprimeerde videbestanden is speciale hardware of een moderne
processor nodig.
Diakritische
tekens
Tekens, die de juiste uitspraak van
een letterteken aanduiden. In de computerwereld zijn tekens als é en ö
lastpakken omdat er allerlei verschillende, land-afhankelijke manieren bedacht
zijn om ze te coderen.
Digibeet
Iemand die niet met computers werken
kan (digibeet ware een beter woord). Digibeten hebben de tijd mee: hoe langer
ze wachten, hoe gemakkelijker het wordt en hoe meer er te beleven valt. Maar
tot die tijd weten ze niet wat ze missen. Zie ook hacker.
Discussiegroep
De sommige providers (waaronder www.egroups.com)
bieden onder deze naam een groot aantal nieuwsgroepen aan, die speciaal voor
e-mailers bedoeld zijn. NB: niet verwarren met de nieuwsberichten op Usenet.
Zie verder: hulp: Discussiëren.
Diskette
Verwisselbaar schijfje voor
magnetische opslag van gegevens. De computer leest ervan en schrijft erop met
de diskette drive.
Domein
(domain)
Deel van het Internetadres (bijvoorbeeld in "naam@domein.nl" is
"domein.nl" het volledige domein).
DOS
Besturingssysteem dat op veel oudere
computers draait. Is inmiddels vrijwel verdrongen door Windows. Microsoft (en
dus ook Windows) noemen DOS "MS-DOS". Onder Windows kan men
overigens de meeste DOS-programma's gewoon draaien, in een DOS-box, in DOS
mode, of vanaf de DOS-prompt. Zie verder: hulp: DOS-programma's.
DOS
mode
Toestand van Windows 95, waarbij
Windows volledig uit het geheugen verdwijnt om plaats te maken voor de Windows
95-versie van DOS. Niet verwarren met de DOS-box.
DOS-box
Een DOS programma dat onder Windows
draait, krijgt een door windows geëmuleerde DOS-computer ter beschikking.
Windows blijft op de achtergrond aanwezig en kan het programma bijvoorbeeld in
een ovenster tonen. Niet verwarren met de DOS mode.
Zie verder: hulp:
DOS-programma's.
DOS
prompt
MS-DOS aanwijzing. Mogelijkheid om
DOS commando's te geven binnen Windows. In feite draait er dan een DOS-box. De
vertaling 'aanwijzing' is onjuist: een prompt is een 'uitnodiging' van het
besturingssysteem om een commando in te typen.
Download
Het ophalen van bestanden van een
server naar uw computer. De termen download en upload zijn te onthouden als
het u lukt om de server als iets hogers dan u voor te stellen. Zie verder:
hulp: ophalen.
Drive
Onderdeel van uw computer dat
gegevensschijven leest en beschrijft. Ze worden aangeduid met een hoofdletter
gevolgd door een dubbele punt. Er zijn o.a. aparte drives (stations) voor:
diskette (meestal A:) harde schijf (C:, soms ook D: en E:) CD-ROM (meestal D:,
soms E: of F:)
Dubbelklikken
Twee maal kort achterelkaar met de
linker muisknop op iets klikken zonder de muis te verplaatsen. De betekenis is
meestal openen of starten. In het algemeen klikt u alleen dubbel op
pictogrammen. In de browser wordt nooit gedubbelklikt. Dubbelklikken is voor
beginners lastig omdat het bij de geringste beweging slepen wordt.
E-mail
Elektronische post: berichten (
mailtjes) die van de ene computer via een netwerk (zoals Internet) naar de
andere verstuurd worden, volgens gestandaardiseerde protocollen.
E-mailadres
Het adres waarmee een persoon of
organisatie per e-mail bereikbaar is.
Elektronische post
Zie E-mail
Emoticon
(smiley)
Reeksje van tekens waarmee in oplatte tekst een emotie wordt aangeduid. Het
bekendste voorbeeld is ;-) voor een knipoog. U leest emoticons door uw
linkeroor op uw schouder te leggen (het haakje is de mond, het streepje de
neus, de puntkomma zijn de ogen). Emoticons (emotion-icons) zijn waardevol
in het vermijden van misverstanden in de vaak vluchtig geschreven mailtjes.
Enkel
klikken
Beroering van een muisknop met uw
vinger: indrukken en meteen weer loslaten, zonder de muis te verplaatsen. U
klikt enkel op bijvoorbeeld hotwords, oogjes, en knoppen. Gewoon enkel klikken
doet u met de linker muisknop.
Extensie
Bestanden hebben een bestandsnaam
die wordt gevolgd door een punt met daarna drie tekens, bijvoorbeeld
Woordenlijst.htm In Windows zijn de extensies gekoppeld aan bestandstypen. Dat
betekent in dit voorbeeld dat een bestand met extensie .htm opgemaakt is in
HTML-formaat.
Extranet
Sommige bedrijven, scholen en/of
universiteiten hebben een extranet. Dit de aanduiding voor de server
die alleen voor werknemers, leerlingen of studenten toegankelijk is. Iemand
die zomaar aan het surfen is word gevraagd eerst een naam en wachtwoord in te
voeren.
FAQ
(VGV, vraagbaak)
Frequently Asked Questions: een lijst van veel gestelde vragen met
antwoorden, die moet voorkomen dat de vragen opnieuw gesteld en beantwoord
worden. In het algemeen leest men eerst de FAQ alvorens een vraag te
stellen. Het is een document dat uitleg bevat over een bepaald onderwerp.
Dit onderwerp kan gaan over de Internettechnologie, computerspellen,
automotoren, bananenmilkshakes, enz. Verzin het maar of er is wel een FAQ
over
Favorite
(favoriet, Netscape: bookmark)
Verwijzing naar een www-pagina, waarvan u het adres (de URL) hebt opgeslagen
in uw browser. Daardoor kunt u de pagina veel gemakkelijker terugvinden
(namelijk via het programmamenu).
File
Traagheid op het Internet wordt veroorzaakt door te hoge gebruiksdruk. De
problemen lijken sprekend op fileproblemen op de wegen. Het Engelse 'file'
betekent zowel bestand als archiveren.
Finger
Gebruikt om Internetgebruikers op te sporen en informatie over hen in te
winnen.
Floppy
Oud woord voor diskette. (Vroeger konden diskettes, met hoes en al ,
flappen, in tegenstelling tot de harde schijf.)
Formulier
(form)
Constructie op www om u in staat te stellen om gegevens door te geven naar
de server. Formulieren zijn eenvoudig in te vullen, omdat alle toelichting
direct bij de invoerveiden staat. Uw gegevens gaan pas weg als u op een knop
'verzenden' (of 'submit' of 'OK') klikt. In het algemeen voert de server
direct een aantal controles uit, en krijgt u een bevestiging..
Frame
Onderdeel van een www-pagina dat zich zelf weer min of meer als een pagina
gedraagt. Een frame kan bijvoorbeeld een eigen schuifbalk hebben.
Frame-opmaak
(Frame lay-out)
Complexe manier om www-pagina's op te bouwen, waarbij een pagina
onderverdeeld wordt in frames.
FTP
(File Transfer Protocol.)
Het Internet- protocol gebruikt om
bestanden te versturen over het netwerk. Zie verder: hulp: Bestanden ophalen.
FTP
Gateway
Een computer in een netwerk die de
verbinding verzorgt met andere netwerken. (Dit kunnen ook netwerken zijn van
een totaal ander type.)
Gebruikersnaam
Zie: Systeemnaam.
N.B.: Bij diverse Internet providers wordt met de gebruikersnaam die naam
bedoeld die komt voor het apestaartje (@) in een emailadres en is dit dus
niet synoniem met de Systeemnaam.
Geeltje
(tooltip)
Klein vakje met een paar woorden uitleg over het object waar uw muiswijzer
naar wijst. Geeltjes verschijnen meestal pas als u de muiswijzer een halve
seconde stilhoudt.
Geheugen
Verwarrende aanduiding voor tenminste twee onderdelen van uw computer: het
RAM en de harde schijf. Het Random Access Memory is een snel en klein stuk
werkgeheugen dat uitvalt als de computer uitgezet wordt. De harde schijf is
langzamer, ongeveer honderd maal groter, en informatie die daarop staat
blijft in principe bestaan.
Geluidskaart
Onderdeel van de computer dat ervoor zorgt dat deze geluid kan weergeven
naar een hoofdtelefoon of een versterker; doorgaans gecombineerd met de
mogelijkheid om geluid op te nemen. Alle multimedia-computers hebben een
geluidskaart of een voorziening die een geluidskaart emuleert.
GIF
Formaat voor het gecomprimeerd
opslaan en transporteren van plaatjes, met name van tekeningen, schema's en
dergelijke. Zie ook: bestandstype,
JPEG, bitmap. Zie verder:
hulp: bestandstypen.
Gopher
Zoekprogramma waarmee informatie
menugestuurd op het Internet opgezocht kan worden.
Hacker
Iemand die zeer goed thuis is in de ICT-wereld en dat ook graag laat
blijken. (Eigenlijk: iemand die netwerkbeveiligingen kraakt.) Zie ook
digibeet.
Harde
schijf
Eigenlijk: vaste schijf, in tegenstelling tot diskette en CD-ROM. Zie ook
geheugen.
Hardware
Benaming voor alle fysieke delen van een computer, ter onderscheiding van
software.
Helpdesk
Kantoor met voornamelijk echte mensen die u raad kunnen geven, meestal
telefonisch en per e-mail. Doorgaans kunt u de helpdesk van uw
Internet-aanbieder raadplegen.
Homepage
Een of meer Webpagina's van een gebruiker/bedrijf op het Internet. index.htm
of index.html is standaard de bestandsnaam van de eerste homepage van een
Web-site.
Hostname
Zie: Systeemnaam
Hotwords
& hotspots
Woorden of delen van plaatjes die gevoelig zijn voor uw muis. Als u er op
klikt, volgt u hun specifieke hyperlink.
HTML
HyperText
Markup Language.
De taal waarin bestanden op www worden
opgemaakt. Hierin is ook de manier beschreven waarin men hyperlinks moet
opnemen. Zie ook http.
http
HyperText Transfer Protocol.
Het Internet- protocol waarwww gebruik
van maakt. De gebruikte opmaaktaal is HTML.
Hyperlink
Directe verbinding van een hotword of hotspot naar een hoeveelheid
informatie elders. World wide web is georganiseerd als één grote
hypertekst. "Elders" kan daar zijn: op dezelfde www-pagina, of op
dezelfde site, of op dezelfde wereld.
Hypertekst
Een tekst die u niet van boven naar onder leest, maar waarin u zelf kiest
wat u lezen wilt door de hyperlinks te volgen. Op www kunt u de hyperlinks
volgen door er met de muis op te klikken.
ICT
Informatie- en communicatietechnologie.
Verzamelnaam voor de technologie rond computers en computernetwerken. Dit
omvat derhalve zowel internetgebruik alsook multimedia en Computer
Ondersteund Onderwijs.
Inbelpunt
Computer ( server) met modems, door een Internet-aanbieder geïnstalleerd
voor de abonnees van deze aanbieder.
Inbelprovider (Internet
aanbieder)
Organisatie die het mogelijk maakt om via een telefoonlijn contact te maken met internet.
Inbel-server
(dial-up server)
Server, waarmee u via uw modem contact maakt met een netwerk. In uw geval
betreft dit waarschijnlijk het netwerk van uw Internet-aanbieder, dat
toegang geeft tot het Internet.
Installeren
De meeste programma's zijn zo groot en complex dat er heel wat moet gebeuren
voordat ze op uw computer staan en goed kunnen draaien. Het betreft het
kopiëren en decomprimeren van de bestanden en het op de juiste wijze
aanmelden bij het besturingssysteem. Dit alles gaat automatisch. Vaak moeten
er ook handmatig nog gegevens worden ingevoerd, veelal aan de hand van een
wizard. Moderne Windows95-programma's krijgt u alleen netjes weer opgeruimd
met een 'uninstall'-procedure.
Interactief
Men spreekt in ICT-jargon van interactief indien men bedoelt dat er
interactie plaats vindt tussen de computergebruiker en het computer
programma.
Intern
geheugen
Werkgeheugen of RAM. Zie geheugen.
Internet
Een netwerk van computers en netwerken verspreidt over de hele wereld. Geeft
de mogelijkheid tot het delen van informatie met iedereen die toegang heeft
tot het Internet In Internet zijn een aantal protocollen
gedefinieerd, die er voor zorgen dat verzending van gegevens werkt,
onafhankelijk van de plaats van aankomst, van de plaats van verzending, en
van de route daartussen. Als thuiswerker verkrijgt u doorgaans uw
Internet-toegang met behulp van een modem.
Internetaanbieder
Bedrijf dat Internettoegang voor particulieren en bedrijven aanbiedt tegen
betaling, meestal in combinatie met wat dienstverlening, zoals een helpdesk
en een Internetsite.
Internet-server
Server die een direct onderdeel vormt van het Internet. Internet-servers
zijn er in allerlei soorten. Ze bevatten informatie en/of schakelen door
naar andere servers. Doorgaans merkt u alleen iets van servers als ze niet
goed werken.
Internetsite
Geheel van diensten dat door één persoon, instelling of bedrijf wordt
aangeboden op of via het Internet. Wordt vaak synoniem gebruikt met
www-site, hoewel ook ftp, nieuwsgroepen, en e-mail veelal tot de diensten
behoren.
Internettelefonie
Methode om een telefoongesprek te voeren tussen twee personen via het
Internet. Het geluid wordt omgezet in pakketjes digitale data die over het
net verstuurd worden.
Internettoegang
De mogelijkheid om uw computer op Internet aan te sluiten. Uw modem belt met
het modem van de inbel-server van uw Internetaanbieder. Meestal heeft u daar
dan bovendien een eigen mailadres met bijbehorende postbus voor uw
binnenkomende e-mail. Ook kunt u het world wide web op, en deelnemen aan de
nieuwsgroepen.
Intranet
Aanduiding voor interne netwerken die gebruik maken van Internet
protocollen. Het huisnet van de Stobbe is een intranet
IP-Adres
IP=Internet Protocol; Een uniek getal dat de bezitter ervan identificeert op
het Internet. Het IP-adres zorgt ervoor dat voor u bestemde data ook
daadwerkelijk bij u aankomt.
IRC
(Internet Relay Chat)
Methode om via tekstschermen te communiceren met andere gebruikers op het
Internet.
ISDN
(Integrated Services Digital Network)
Standaard voor datacommunicatie waarbij u (in de minimumconfiguratie)
beschikt over twee lijnen van elk 64 kilobits per seconde. Deze lijnen kunt
u gebruiken voor telefoongesprekken, maar ook voor transmissie van digitale
data. U heeft geen modem nodig, maar wel een speciale kaart in uw computer.
JPEG, jpg
Formaat voor het gecomprimeerd opslaan en transporteren van plaatjes, met
name van foto's.
Zie ook: bestandstype,
GIF, bitmap. Zie verder: hulp: bestandstypen.
Kantlijnmenu
menu aan de linker of rechterkant van een www-pagina.
Knop
(button)
object op het beeldscherm dat er uit ziet als een knop. Op een
(beeldscherm)knop klikt u enkel met de linker knop van uw muis. Luxe knoppen
laten zelfs zien dat u er op klikt. Niet verwarren met toetsen en ook niet
met muisknoppen. Knoppenbalk (button bar, tool bar) Veel Windows-programma's
hebben onder het programmamenu nog een aparte balk met knoppen voor
veelvoorkomende opdrachten. In luxe programma's kan men de knoppenbalk
afzonderlijk overslepen. Kop (header) mail-berichten hebben een kop die door
de software grotendeels automatisch wordt opgebouwd: uw naam, uw mailadres)
en de tijd van verzenden. Indien het een antwoord (reply) op een ander
bericht betreft, wordt het onderwerp daarvan overgenomen, voorafgegaan door
"Re:" (reply). Een mailtje zonder goede onderwerpsaanduiding in de
kop geldt als slordig en onbeleefd.
Link
Hypertext link; Verwijzing in een HTML document naar een andere site,
homepage, een ander bestand, enz. op het Web.
Linker
muisknop
De 'gewone', meest gebruikte muisknop.
Linux
Een veelbelovend op Unix gebaseerd besturingssysteem dat geheel door
vrijwilligers ontwikkeld is en dat daardoor niet van een softwarefabrikant
afhankelijk is.
Loggen
Het automatisch bijhouden en vastleggen van gebeurtenissen. Dit kan lokaal
(=op uw computer) gebeuren: bijvoorbeeld de communicatiesoftware kan alle
handelingen loggen die het modem uitvoert. Het doel is dan het achterhalen
van software-problemen. Loggen gebeurt ook op Internetservers, en wel voor
evaluatiedoeleinden. Er wordt bijvoorbeeld bijgehouden hoevaak welke
www-pagina's worden opgevraagd. Deze informatie is gewoonlijk niet tot
personen te herleiden.
Lurking
Het meelezen ("loeren") in nieuwsgroepen, zonder bijdragen te
leveren. Een tijdje 'lurken' in een voor u nieuwe nieuwsgroep kan geen
kwaad, omdat u dan een indruk krijgt van de deelnemers, het onderwerp, en de
aard van de conversatie.
Macro
Klein programmaatje dat doorgaans een reeks opdrachten binnen een groter
programma uitvoert. Macro's kunt u zelf maken, door de reeks opdrachten
één keer voor te doen, waarbij de 'macro opnemer' ze opneemt.
Mail
Een afkorting voor e-mail of elektronische post. Omdat in het Engels
verwarring met papieren post kan ontstaan, wordt deze laatste wel snail mail
(slakkenpost) genoemd.
Mail-adres
Het adres waardoor u van overal met e-mail bereikbaar bent. Als u een
mailtje stuurt naar het adres de.stille@talkline.nl dan komt dat in zijn
postbus terecht.
Mailtje
Elektronisch bericht van iemand naar iemand met een mail-adres. Een mailtje
kan in principe alles bevatten wat digitaal is weer te geven: tekst,
plaatjes, video, audio, computerprogramma's. Meestal bestaat het mailtje
zelf uit oplatte tekst. Alle andere zaken worden in een bijlage gestopt.
Onderaan een net mailtje bevindt zich de signatuur. Zie ook e-mail.
Mailto
Constructie in html-pagina's om mail-adressen via een hyperlink direct tot
het openen van een nieuw mailtje te laten leiden.
Map
(folder)
De map wordt gebruikt als metafoor voor het bundelen en structureren van
allerlei soorten informatie. Een map kan bestanden bevatten, maar ook
mailtjes, snelkoppelingen, favorites, etcetera. Ook kan een map mappen
bevatten. De subdirectory is een map voor bestanden.
Medium/media
'Middenstof' om kennis over te dragen en/of op te slaan. Normaal gesproken
gebruikt men voornamelijk de vier media: mensen, drukwerk,
audio/video, en computers, al dan niet met netwerkverbinding.
Menu
Horizontale of vertikale lijst met woorden die de mogelijkheden weergeven
waaruit u kunt kiezen. Deze 'woorden' worden menu-items genoemd. Vrijwel elk
programma heeft bovenin het ovenster een horizontaal programmamenu. Door op
een menu-item te klikken krijgt u een vertikaal submenu. Daarnaast is er in
Windows 95 het Start menu. www-pagina's hebben vaak een kantlijnmenu en/of
een menubalk.
Menu-item,
item
Keuze-onderdeel van een menu. Ook wel: optie en commando.
Menubalk
Horízontaal menu in een www-pagina.
Modem
Apparaatje dat signalen van uw computer omzet in geluiden (moduleren) die
door de telefoon naar de server kunnen, en vice versa (demoduleren).
Modereren
(beheren)
Het voeren van redactie, beheer, of voorzitterschap van een discussiegroep.
De aard en mate van moderatie verschilt per discussiegroep. Veel
nieuwsgroepen op Internet worden helemaal niet gemodereerd.
MPEG
video- compressiestandaard die ervoor zorgt dat een 'gewone' computer
digitale videobeelden op uw beeldscherm kan laten zien met ongeveer VHS-
kwaliteit (MPEG-1) of veel beter (MPEG-2).
Muis
Een muis is een apparaatje in de vorm van een muis (met de staart frontaal)
waarmee u iets op het scherm kunt aanwijzen zonder vingerafdrukken op het
glas te maken. Ook de computer begrijpt uw aanwijzingen en laat die op het
scherm zien met een muiswijzer. Eventjes drukken op het linkeroor heet een
muisklik; dit is het belangrijkste commando. U bedient www vrijwel helemaal
met enkel klikken op hotwords.
Muisknop
Knop op de muis die u met de vinger kan indrukken. Doorgaans betreft het
enkel klikken op de linker muisknop. Met de komst van Windows '95 is ook de
rechter muisknop een serieuze enkelklikkandidaat. Iets hogere muiskunst
behelst het dubbelklikken en slepen.
Muiswijzer
Figuurtje op het scherm dat de bewegingen van uw muis volgt. De meest
voorkomende muiswijzer is een pijltje.
Multimedia
Aanduiding voor computersoftware waarin geluid en beeld verwerkt is. De
beelden kunnen stilstaande foto's zijn, geanimeerde tekeningen, en soms ook
stukjes video. Voor de videofragmenten is opslag op een cd-rom essentieel
vanwege de omvang van de bestanden; vroeger werd hiertoe een beeldplaat
gebruikt en sprak men van interactieve video. Educatieve multimedia is in
wezen hetzelfde als multimediale COO.
Navigatiebalk
Een kolom of rij op een website waarin knoppen zijn geplaatst die verwijzen
naar pagina's Zie ook menubalk
Navigatieknop
Een knop in een navigatiebalk waarmee u binnen een site naar andere pagina's
wordt verwezen
Navigeren
Algemeen woord voor uw weg vinden in de wirwar van programma's, taken,
pagina’s, menu's, et cetera. Zie ook surfen.
Net
Het Net is een andere naam voor het Internet
News
reader
programma waarmee u de berichten in nieuwsgroepen kunt lezen en er aan kunt
bijdragen.
Nieuws
(news)
Op internet is 'news' de verwarrende aanduiding voor het, doorgaans
openbaar, wisselen van gedachten in de nieuwsgroepen. Het deel van Internet
waar dit gebeurt wordt ook wel usenet genoemd.
Nieuwsgroep
(news group)
Verzameling algemene berichten op het Internet. De berichten zijn bedoeld
voor iedereen en zijn onderverdeeld naar onderwerp
Nodename
Zie: Systeemnaam
Object
'Ding' in een computerprogramma of in een tekst of tekening. Vrijwel altijd
betreft het als zodanig zichtbare objecten, bijvoorbeeld een knop of een
ovenster of een pictogram.
Off-line
Toestand waarin een computer of programma draait, zonder verbinding met een
server. De meeste e-mail-programma's stellen u in staat om off-line te
werken en in één keer de nieuwe uitgaande mail te verzenden en
binnenkomende op te halen.
On-line
Toestand waarin een computer of programma draait, met voortdurend gebruik
van een verbinding met een server, in tegenstelling tot: off-line. De term
wordt ook gebruikt voor alles wat op het Internet staat, en voor alles wat
op de een of andere wijze via Internet wordt bestuurd. Vroeger ook wel voor
alle informatie die via het beeldscherm getoond werd, in plaats van via
boeken. Zie ook andere betekenisarme termen als virtueel, multimedia, en
interactief.
Openen
Als u een bestaand bestand wilt inzien of bewerken, dan moet dit door het
juiste programma worden gelezen en getoond; dit is wat er gebeurd als u een
bestand 'opent'. Het besturingssysteem kan (als het goed is) aan het
bestandstype zien welk programma gebruikt moet worden. De term 'openen'
wordt ook wel bredér gebruikt voor het starten van een programma. De
gebruikelijke manier om een bestand te openen is te dubbelklikken op het
pictogram.
Ophalen
(download)
Het ophalen (download) van bestanden van een server naar uw eigen computer.
Dit gaat met het protocol ftp. De nieuwere www-browsers doen dit op
eenvoudige wijze voor u. Zie verder: hulp: ophalen.
Optie
(option)
Term die van alles betekenen kan:
1.
een item in een menu;
2.
een door u te kiezen
instelling van een programma;
3.
een extra
programma-onderdeel dat u naar keuze kunt installeren.
Pagina
Bedoeld wordt doorgaans: www-pagina.
Pakket
Naam voor een bundel programma's.
Pictogram
(Icon)
Een plaatje dat iets representeert, bijvoorbeeld een programma, een bestand,
een printer, of de prullenbak.
Pixel
Beeldpunt: kleinste grafische eenheid. Een pixel heeft een plaats op het
scherm en een kleur. Tegenwoordig is een schermresolutie van 800 bij 600
pixels gebruikelijk.
Platte
tekst
Tekst waar geen enkele opmaak in voorkomt en die daardoor goed uitwisselbaar
is tussen verschillende programma's. Niettemin verzorgen de diakritische
tekens (leestekens) en de regeleinden die in platte tekst kunnen zitten nog
een hoop problemen.
Pop
(Post Office Protocol)
Het Internet- protocol dat het ontvangen van mail in een postbus regelt.
Postbus
(mail-box)
Privé-plekje op de server van uw Internetaanbieder waar mailtjes die voor u
bedoeld zijn worden opgeslagen totdat u ze via uw modem naar uw eigen
computer haalt om ze te kunnen lezen.
Posting
Het verzenden van een bericht aan een nieuwsgroep. De term ''posting' wordt
vooral gebruikt als het onderscheid met een mailtje van belang is.
Processor
Centrale verwerkingseenheid van een computer. De kloksnelheid en het type
processor bepalen voor een groot deel de prestaties van een computer. Pc’s
zijn achtereenvolgens uitgerust met de typen 8086, 80286, 80386, 80486,
Pentium, Pentium Pro, Pentium II.
Programma
Set instructies voor een computer, vergelijkbaar met een kookrecept, maar
meestal ingewikkelder. De grotere programma's, zoals besturingssysteem, de
www- browser en bureausoftware, worden vanwege hun omvang doorgaans op
cd-rom verspreid. De kleinste programma's waar u mee te maken krijgt zijn
virussen.
Programmamenu
menu dat onderdeel uitmaakt van een programma en dat boven in het ovenster
van dat programma getoond wordt, onder de titelbalk.
Proportioneel
lettertype
In een proportioneel lettertype neemt de m meer ruimte in dan de i. Vrijwel
alle lettertypes zijn proportioneel. In een niet-proportioneel lettertype
(bv Courier) zijn alle tekens even breed. Het is daardoor lelijk en slechter
te lezen. Wel is zeer simpele opmaak met behulp van spaties mogelijk (in
oplatte tekst).
Protocol
Op het Internet is een protocol een set afspraken, een verzameling regels
betreffende het goed functioneren van hardware en/of software. Zie http,
smtp, pop, ftp.
PGP
Pretty Good Privacy; programma om data te versleutelen zodat alleen de
ontvanger de boodschap kan lezen/data kan gebruiken.
PPP
Point to Point Protocol;
Een protocol dat het mogelijk maakt de TCP/IP technologie te gebruiken via de
seriële lijn. Zie ook SLIP.
Provider
Aanbieder van een Internetverbinding,
e-mail adressen en webpagina’s De schakel tussen je computer en het
Internet
RAM
Random Access Memory.
Het werkgeheugen van een computer.
Real-time
Gelijktijdig, live, synchroon. In real-time processen is geen vertraging
of uitstel waarneembaar. Vormen van real-time communicatie via Internet
zijn Audiographics, Video conferencing, Chat, en Internet-telefonie. Zie
ook: asynchroon en conferencing.
Rechter
muisknop
Met de komst van Windows 95 heeft deze muisknop een serieuze functie
gekregen: enkelklikken en slepen levert met de rechter muisknop een
contextafhankelijk menuutje op waar u vervolgens uit kunt kiezen.
Regeleinde
(Return)
Teken dat aanduidt dat er een nieuwe regel moet beginnen. In het algemeen
ziet u 'regeleinden' niet als teken, maar u merkt dat de tekst op een
nieuwe regel verder gaat. Het regeleinde is de enige opmaakcode die in
oplatte tekst kan voorkomen.
Repliceren
(replicate)
Proces waarbij informatie wordt uitgewisseld tussen twee computers
(meestal servers), op zo'n manier dat de nieuwste informatie op beide
computers komt te staan.
rtsp
ReaITime Streaming Protocol.
Een Internet- protocol voor het transport van doorlopende stromen van
audio en/of video ("streaming media"). Wordt onder meer gebruikt
voor real-time toepassingen.
Schakelen
Moderne besturingssystemen maken het u mogelijk om verschillende
programma's min of meer simultaan te laten draaien: u hoeft niet het ene
programma af te sluiten alvorens het volgende te kunnen starten (=openen).
Zo'n draaiend programma wordt een taak (task) genoemd. Er is altijd maar
één taak op de voorgrond (actief); deze luistert naar uw toetsenbord.
Het wisselen tussen taken heet schakelen.
Schermresolutie
De beeldschermresolutie wordt opgegeven in pixels: hoe meer pixels, hoe
meer er kan worden weergegeven op het scherm. De grootte van het scherm
bepaalt vervolgens hoe goed u dat kunt zien. De meeste sites kunnen het
beste bekeken worden met een schermresolutie van 800 x 600 punten. Zie
verder: hulp: Ergonomie - beeldschermen.
Server
Computer die de verzoeken van uw computer (de cliënt) inwilligt. U heeft
vooral te maken met inbel-servers en Internet-servers.
Signatuur
Een vast stukje tekst dat onder mailtjes en nieuwsgroepberichten wordt
geplaatst. Het bevat tenminste de naam en het mail-adres van de schrijver.
Site
'Plek' op Internet, waar doorgaans een combinatie van informatie- en
communicatiediensten wordt aangeboden. Zie Internetsite.
Slash
Schuine streep van rechtsboven naar linksonder: /Niet te verwarren met de
backslash: \ De slash wordt op Internet gebruikt voor het scheiden van de
hiërarchische niveaus in subdirectories.
Slepen
(drag & drop)
Het verplaatsen van objecten op het beeldscherm met behulp van de muis. U
drukt een muisknop in, houdt deze ingedrukt, en verplaatst het object naar
waar u het hebben wilt, en dan laat u de muisknop weer los. Als u tijdens
het dubbelklikken de muis beweegt, denkt Windows dat u probeert te slepen,
met alle misverstanden van dien.
SLIP
Serial Line Internet Protocol; Een (ouder) protocol dat het mogelijk maakt
de TCP/IP technologie te gebruiken via de seriële lijn. Zie ook PPP.
SMTP
Simple mail transfer protocol.
Het Internet- protocol waarmee mail verstuurd wordt. Zie ook pop.
Snail
Mail
Schertsend woord voor gewone post (niet-elektronische post).
Snelkoppeling
(shortcut)
Klein bestandje dat de naam en het uiterlijk draagt van het bestand waar
het naar verwijst. Het betreft meestal verwijzingen naar programma's. Door
op de snelkoppeling te klikken start u het bijbehorende programma op. Bij
één programma kunnen meer snelkoppelingen behoren. Een typische plaats
voor snelkoppelingen is het start menu. Pictogrammen van snelkoppelingen
hebben een klein krom zwart-wit pijltje in de linkeronderhoek. NB: U moet
de snelkoppeling niet verwarren met de hyperlink.
Software
Benaming voor programma's ter onderscheiding van hardware. Zie ook
courseware.
Spreadsheet
Een zichzelf doorrekenende tabel. Veel mensen gebruiken een
spreadsheetprogramma voor boekhoudkundige taken. Het spreadsheetprogramma
is na de tekstverwerker de meest voorkomende vorm van bureausoftware.
Stand-alone
Programma's of computers die onafhankelijk van een netwerk (zoals
Internet) functioneren, draaien 'stand alone'. Dit geldt bijvoorbeeld voor
vrijwel alle oC00 en bureausoftware.
Start
menu
Onderdeel van Windows 95 dat snelkoppelingen bevat naar programma's en
bestanden. U vraagt het start menu op door te klikken op de knop 'Start'
op de taakbalk. Het start menu is de vervanger van 'programmabeheer'
(Program manager) van Windows 3.x.
Starten
(uitvoeren, draaien, run)
Een programma op uw computer doet doorgaans niets totdat u het opstart
(vaak via het Start menu.) Van een eenmaal opgestart programma zegt men
dat het 'draait' of 'loopt'. Met de Engelse termen 'start', 'run',
'launch' en 'execute' wordt iets vergelijkbaars bedoeld. Alvorens u een
programma kunt starten, moet het geïnstalleerd zijn.
Startpagina
De www-pagina waarmee uw browser opkomt zodra deze wordt opgestart. Bij
een nieuw geïnstalleerde browser is dit vanzelf een pagina op de www-site
van Microsoft of Netscape, of het is de home page van uw
Internetaanbieder. U kunt zélf uw startpagina instellen. Voor beginners
is de www.startbpagina.nl een ideale startpagina.
Station
Zie drive.
Statusbalk
(status bar)
Onderste balk van een ovenster, waarin informatie staat over het
programma, of over het bestand dat bewerkt wordt, of over de voortgang van
een proces dat door het programma geregeld wordt.
Streng
(tekenreeks, string)
Reeks tekens, bijvoorbeeld in een zoekopdracht. Vaak omgeven door
aanhalingstekens. Voorbeelden: "met de muis" of '29 augustus
1997'.
Subdirectory
bestanden worden op de harde
schijf, de cd-rom en soms ook op diskette geordend opgeslagen in een
hiërarchische structuur van subdirectoires, met eventueel daarin weer
subdirectorties, et cetera. Deze worden grafisch weergegeven als
archiefhangmappen. In tekst worden ze weergegeven met de backslash.
Surfen
Internetterm voor het (recreatief) grasduinen door informatie op het world
wide web. Meestal gebeurt dit door met behulp van uw browser in
www-pagina's op hotwords te klikken.
Synchroon
Gelijktijdig. De modieuze term is real-time. In de ICT-wereld spreekt men
van synchrone communicatie indien de deelnemers gelijktijdig deelnemen.
Vormen van real-time communicatie via Internet zijn Audiographics, video
conferencing, Chat, en